Deze oefening legt de basis voor het revieren naar het verstek, het aanblaffen na het lossen en dus de gehele bewaking van de hond bij de pakwerker. Om vermijdgedrag t.o.v. de geleider bij deze oefening te voorkomen is eerst een stukje ervaring vooraf met “drift -dwang -drift/driftbevrediging” oefeningen erg nuttig!
Hond zit wederom met juttuig aan de paal vast en heeft nu bovendien een extra lijn aan zijn halsketting (of prikketting) bevestigd die wordt vastgehouden door de geleider.
En hierbij behoor ik op het volgend gevaar te wijzen. Indien bij het manwerk gewerkt wordt met een lijn aan de halsketting van de hond is dit voor de pakwerker altijd een groot aandachtspunt. Het door de pakwerker per ongeluk trappen op deze lijn kan door de hond uitgelegd worden als een correctie door de pakwerker. Indien een lijn aan de halsketting van de hond bevestigd is zal de pakwerker dan ook enigszins aangepast manwerk moeten verrichten.
Het aanleren van het revieren en aanblaffen behoort dus met de jonge hond grotendeels in buitdrift te gebeuren. Sociale agressie en dwangactivering komen pas op latere leeftijd om de hoek kijken. Voor deze niet onbelangrijke theorie verwijs ik terug naar de tekst bij “De rol van de instructeur - de opbouw van de geleider in het harmoniëren” / bij het onderwerp “stellen en aanblaffen (de bewaking)”, alwaar deze materie uitgebreid aan bod komt.
Door jutwerk wordt gezorgd dat de lijn aan de paal strak komt te staan en vervolgens begeeft de pakwerker zich, nadat hij de hond in de juiste drift heeft gebracht (en zeker niet in de hiervoor beschreven “overdrift”!), tot vlak voor de hond en wel zodanig dat deze niet in kan bijten. De geleider bevindt zich naast zijn hond, geeft zijn hond het commando revier en sommeert de hond te gaan zitten en aan te blaffen. (N.B. de hond moet al weten wat zitten is en moet weten wat luid is!! De commando's zit en luid moeten dus aangeleerd zijn voordat men met deze oefening kan gaan beginnen.) De geleider corrigeert de hond indien deze in wil bijten "zonder toestemming" m.b.v. stem en correctie met de lijn aan de halsketting. Indien nodig kan de pakwerker de hond prikkelen om deze actief te houden, maar moet dit niet meer doen dan nodig is. Immers is de hond al geleerd initiatieven te nemen voor wat betreft het aanblaffen! Indien de hond goed aanblaft volgt de beloning, m.a.w. de pakwerker laat de hond inbijten en werkt met de hond. Na kort met de hond gewerkt te hebben volgt het samen winnen zoals hiervoor al beschreven is. Belangrijk is dat gedurende deze aanleerfase bij de correcties met de lijn de hond nooit ver van de pakwerker vandaan wordt getrokken! Indien de hond de neiging toont om bij correcties met de lijn zich van de pakwerker af te bewegen, moeten de correcties met de lijn voortaan richting pakwerker uitgevoerd worden. De hond wordt dus hierbij tegen de pakwerker aan getrokken. Is de aanleerfase voorbij dat moet men zo wie zo de hond nooit voor het inbijten tijdens de bewakingsfase corrigeren door hem van de pakwerker af te trekken maar hem juist richting de mouw te corrigeren. De reden hiervoor zit hem in het feit dat als men corrigeert voor dit foutieve gedrag d.m.v. trekken aan de hond men tegen natuurlijk handelt. Door de hond te trekken wordt deze juist geprikkeld te blijven bijten! Indien de oefening zitten en aanblaffen er goed in zit kan men de volgende stap nemen van deze oefening en dat is het revieren naar de pakwerker toe. Bij deze oefening wordt de hond tot op circa twee meter van de pakwerker getrokken en krijgt het commando revier. De pakwerker staat zodanig opgesteld aan het einde van de strakke jutlijn dat de hond niet in kan bijten. Indien de hond aangeeft te willen inbijten corrigeert de geleider hem met stem en de lijn die aan de halsketting zit. De hond wordt beloond voor het correct aanblaffen van de pakwerker door hem op te laten nemen door de pakwerker die dan kort met de hond werkt, waarna hond en geleider wederom samen de mouw winnen. Worden deze oefeningen door de hond uitgevoerd zonder dat er correcties door de geleider meer nodig zijn, dan kan men aan de volgende fase beginnen.
In deze volgende fase heeft de hond alleen een lange lijn aan de halsketting zitten en wordt vanuit zit positie naast de geleider op commando gerevierd naar de pakwerker toe, die op circa 2 meter afstand van de hond staat. Belangrijk is dat de hond geleerd wordt te wachten op het commando revier. De hond zal dus nu niet meer geblokkeerd kunnen worden door de jutlijn zoals in de vorige fase. De kunst voor de geleider is te zien dat de hond wel of niet wil gaan inbijten. Indien de geleider ziet dat de hond wil gaan inbijten behoord de geleider dat d.m.v. correcties met stem en of de lange lijn voor te zijn. Zodra de hond even correct aanblaft bij de pakwerker wordt hij hiervoor beloond door de pakwerker d.m.v. laten inbijten en dan kort met de hond te werkten, waarna hond en geleider wederom samen de mouw winnen. Vlak voor het moment dat er gebeten gaat worden, kan men de hond al enigszins aanspreken in zijn buitdrift door zeer langzaam wat spanning op de lijn te brengen. Na het winnen af en toe rond draven met de mouw door hond en geleider is prima.
Deze oefening dient zodanig opgebouwd te worden dat de afstand tussen hond en pakwerker, voor het commando revier, steeds groter gemaakt kan worden (tot circa 5 meter). De aanblafduur, voorafgaande aan het te het mogen inbijten, wordt ook langer gemaakt en men laat de hond gewennen aan het wat rond lopen van de geleider en "publiek".
Al deze oefeningen in de verschillende fasen worden altijd afgesloten met de oefening buitdriftafstandstellen.Het kan zijn dat de hond nog extra aangesproken moet worden in zijn buitdrift en steun nodig heeft op het moment dat deze in heeft mogen bijten en in gevecht is met de pakwerker. Dit kan door de hond ook zijn juttuig te laten dragen met een lijn eraan en op het moment van gevecht, spanning op deze lijn te houden. Deze acties kunnen worden uitgevoerd door een derde persoon. Als de hond tijdens het aanblaffen zich beweegt om de pakwerker heen of regelmatig om zijn as draait etc, dan moet men dit gedrag weg trainen. De hond moet zijn driftenergie niet gaan investeren in beweging. Het is een teken dat de hond op dat moment geen raad weet met het driftconflict. Men moet in dit geval de hond minder in zijn drift brengen gedurende het manwerk.
Het schuifelen door de hond, gedurende het aanblaffen, naar achter de mouw/pakwerker, kan de geleider corrigeren met de lijn aan de halsband. D.w.z. de positie van de geleider is zodanig dat de hond bij correctie met de lijn (korte rukjes), recht voor de pakwerker/mouw getrokken wordt. De hond wordt dus niet van de pakwerker vandaan of tegen de pakwerker op getrokken. Overigens is dit schuifelen van de hond een vorm van enige onzekerheid.
De hond moet ook leren dat de geleider inkomt gedurende het aanblaffen, om hem te braven d.m.v. en aai. De bewaking mag op dat moment niet verzwakken. Het moet de hond duidelijk worden dat de geleider niet alleen maar inkomt als er een correctie noodzakelijk is. Werk men hier niet aan, dan zal de hond vermijdgedrag gaan vertonen (t.o.v. de geleider!) op de momenten dat de geleider inkomt. De hond kan dus, ondanks onze mooie theorie over het harmoniëren, wat moeite krijgt met zijn geleider door zijn correcties. Dit kan zich bijvoorbeeld ook uiten d.m.v. een onrustige wordende beet of zelfs spontaan lossen tijdens het bijten en het gevecht met de pakwerker op het moment van het inkomen van de geleider. Men moet hiervan niet al te veel schrikken indien men voorheen heeft waargenomen dat de hond normaal gesproken een vaste en volle beet heeft.
N.B. de hond moet gedurende zijn gehele opbouw in de africhting leren omgaan met de druk komende vanuit zijn geleider. Aan enige onrust bij de hond als gevolg van deze druk is in de regel niet aan te ontkomen. Al is het proberen om dit voor 100% te voorkomen met de harmonieringstheorie natuurlijk wenselijk, echter het zal niet voor iedere (onervaren) geleider haalbaar zijn.Deze onrust is een reactie op het doen en laten van de geleider en niet op dat van de pakwerker. Het is de taak van de geleider om het vertrouwen bij zijn hond terug zien te winnen, zonder toe te gaan geven bij het appèl gedeelte van het manwerk. Dit gebeurt vanzelf indien met een geschikte hond voor de africhting aan het werk is en men de opbouw van het manwerk goed blijft doseren. Op tijd een stapje terug in de opbouw en het tussendoor blijven doen van oefeningen zoals hiervoor beschreven bij "de hond laten wennen aan de aanwezigheid van de geleider..." kunnen nooit kwaad!
Heel het aanleren van het revieren en aanblaffen kan dus theoretisch geschieden zonder dat de hond in het vermijden raakt. Er moet dan een goed samenspel zijn tussen geleider en pakwerker. Beide moeten goed aanvoelen wat te doen om de hond in het functioneringsgebied te houden. Het zal uiteindelijk zo moeten zijn dat pijn/dwang de hond in drift moet brengen, niet in vermijden. M.a.w. verzwakkende bewaking kan dan d.m.v. prikken met de prikhalsband opgeheven worden en noodzakelijke correcties halt de hond niet uit drift. Een kenmerk van een goede opgebouwde activeringsdwang.