Speuren eist conditioneel veel van de hond. Iets wat vaak over het hoofd wordt gezien. Het aanleren van het speuren is niet alleen het aanleren wat wij van de hond verlangen maar ook geleidelijke opbouw van “speurconditie”. Daarbij behoort het dus ook zo te zijn dat de hond lichamelijk geen gebreken mag hebben. Enkele gebreken die van invloed zijn op de speurprestaties van de hond zal ik hier kort belichten.
Beschadigt slijmvlies achter in de neus veroorzaakt bijvoorbeeld door een ontsteking of het opsnuiven van agressieve stoffen zoals ammoniak ontstaan uit natuurlijke meststoffen.
Ontstekingen in het bovengebit van de hond verstoren het reukvermogen van de hond. Dit omdat hier achter de bovenhoektand het zogenaamde vomeronasale orgaan bevindt dat van belang is voor het goed kunnen reuken van de hond. Men neemt zelfs aan, dat de hond met dit orgaan kan ruiken onder het water. Ook het ontbreken van de bovenhoektand zou invloed hebben op het reukvermogen van de hond.
De neusspiegel behoort glad en vochtig te zijn. Scheuren en sneden in de neusspiegel zijn pijnlijk voor de hond en zal invloed hebben bij het speuren.
Honden kunnen een allergie hebben voor bijvoorbeeld graspollen. Je krijgt dan mogelijk een “hooikoorts” effect van veel niezen, veel helder vocht uit neusgaten en rode jeukende ogen.
Ontstekingen van de neusholte hebben uiteraard ook invloed op het geurvermogen. Deze kunnen veroorzaakt zijn door bacteriën, virussen, schimmels of een allergie.