De geursignalen van de hond Honden eten, drinken en moeten na een tijd ook weer zijn behoeftes doen. Ze doen dit echter liever niet zomaar ergens, maar ze hebben daar bepaalde favoriete plekken voor. Het plassen en poepen hebben belangrijke bijbedoelingen, namelijk het achterlaten van geurvlaggen en zo hun territorium te markeren.
Geuren die door individuele honden worden uitgezet, hebben een unieke identiteit. Met het achterlaten van de individuele geurvlaggen communiceert de hond met andere soortgenoten. Een hond kan van deze geurvlaggen afleiden wie, wanneer, wat en waar een andere hond iets heeft gedaan. Met andere woorden, de geurvlaggen zijn als het ware nieuwsbladen met sappige roddelartikelen.
Het markeren van het territorium heeft twee doelen tegelijk: de hond beseft of hij zich binnen zijn eigen territorium bevind wanneer hij later opnieuw op een dergelijke plek terugkomt. Andere honden die in de buurt van de gemarkeerde plekken komen, merken dat ze vreemd gebied binnengedrongen zijn. Oudere geurvlaggen worden ook geïdentificeerd en in veel gevallen wordt het eigen visitekaartje er dan meteen overheen gezet.
Wanneer een hond kwispelt worden de anaalklieren gestimuleerd en als de stand van de staart hoog is, verspreidt hij zijn persoonlijke geur goed. Dit geldt zeker voor dominante honden. Een angstige, onderdanige hond geeft liever niet dit signaal af. Hij houdt zijn staart laag waardoor er geen geur wordt verspreid. Het rituele besnuffelen van elkaars achterste als onbekende honden elkaar tegenkomen, is duidelijk een manier om individuele geuren met individuele honden te combineren.
Honden hebben ook geurklieren aan de onderkant van de poten. Zelfbewuste honden wroeten in de grond nadat ze hun geurvlag achtergelaten hebben. Dit is een extra manier van markeren en is het puntje op de i.