De start van de afbouw van het gebruik van voer en meer variatie in het spoor
Afbouwen van het gebruik van voedsel lukt in de regel vrij snel. Echter het afbouwen van het gebruik van voedsel moet wel worden uitgevoerd zodra dit mogelijk is. Men bouwt hiermee “reserve" op, m.a.w. in "moeilijke tijden" van te weinig drift kan men weer met (meer) voedsel gaan werken zodat “verloren” drift herwonnen wordt. Bovendien heb ik in het begin van deze uiteenzetting over het speuren, bij het gedeelte theorieën en proeven, al beschreven waarom het belangrijk is dat een hond leert de zwakke individuele menselijke geur uit een geurcomplex van het spoor te halen.
Als we ongeveer vier weken bezig zijn met elke dag speuren en we hebben de eerste hoeken in het spoor liggen dan wordt het stilaan tijd langzaam af te stappen van ons “koorddanserspoor”. Immers onze hond groeit en is ondertussen aardig spoorvast. We gaan bij het uitleggen van het spoor elke trainingsdag onze voeten steeds iets verder uit elkaar zetten. D.w.z. onze voeten gaan we steeds meer naast elkaar zetten gedurende het uitlopen van het spoor. Bovendien wordt de afstand tussen de voetstappen in voorwaartse richting ook steeds groter. Tegelijkertijd wordt er regelmatig het leggen van voer bij een opvolgende voetstap overgeslagen. De verhouding van een voetstap met voer en een voetstap zonder voer gaat men dus langzaam verleggen. Daarnaast maken we onze voetafdruk ook steeds minder diep in de ondergrond. We stimuleren hiermee dat de hond zich ook meer gaat oriënteren op de individuele menselijke geur die op het spoor ligt. We gaan dus langzaam af van ons “koorddanserspoor” met voedsel op elke voetstap. Het tempo dat we dit doen is afhankelijk van de reactie van de hond op de verandering van de structuur van het spoor. Het zal echter altijd zeer geleidelijk moeten gebeuren. We variëren ook het patroon van het spoor zo vaak mogelijk. Ook gewenning in een bepaald patroon kan snel optreden.We moeten tevens er aan denken onze hond niet te gaan conditioneren op alleen grasland. Zodra onze hond aardig door heeft wat speuren inhoud moet men zeker ook gaan speuren op andere ondergrond dan alleen gras. Verschillende type akkerland waar het gewas af is behoren ook snel gebruikt te worden gedurende de aanvang van de opbouw van de hond in het speuren. Ook weilanden met veel koeienvlaaien mogen niet gemeden worden. Ook variatie in het gebruik van type schoeisel is een goed idee.
We maken ons spoor dus steeds langer en moeilijker. Met de uitbouw hierin moeten we uiteraard niet te hard van stapel lopen. Echter zal de hond als pup al moeten leren dat hij weliswaar de speurspecialist is maar wij als geleider bepalen wanneer er gestopt wordt met speuren. Door dat de sporen wat langer en moeilijker worden zal de hond de neiging krijgen om de concentratie te verliezen. Wederom geldt hierbij, indien de hond omhoog komt met de kop, stopt met speuren of om wil gaan draaien, dan lichten met onze hand onder de buik de hond iets op terwijl we zachtjes aan de lijn trekken, commando ZOEK enthousiast geven en snuif geluiden maken. Echter wat we nooit mogen doen is de hond op welke wijze dan ook bestraffen. Dus nooit geen FOEI, NEE, BETER, VOORUIT of wat dan ook met een negatieve toon hoogte. We blijven dus zeer consequent met onze methode “onbevangen corrigeren” bezig en leren hem hiermee dus ook dat wij bepalen wanneer we stoppen met speuren. Dat wij dit bepalen is een pup gemakkelijker bij te brengen dan een volwassen hond en daarom belangrijk in een vroeg stadium de situatie te creëren dat de hond er even “genoeg” van heeft zonder enige stress op te roepen. We kunnen eventueel overgaan tot het gebruik van een slipketting, niet op rijgen gebruikt, om hardere “onbevangen correcties” mogelijk te maken als dat nodig zou zijn. Wandeltempo gedurende het speuren blijft onze eis.