Wat we nodig hebben voor onze eerste trainingen zijn:
voedsel om op het spoor te leggen speurpaaltje zeer klein halsbandje (bijvoorbeeld een kattenbandje) licht lijntje met een kleine musketon eraan klein doosje waarin een beetje voer past lapje om mee te kunnen spelen, later kan dit een balletje zijn
Als voedsel moet men iets kiezen wat zeer klein is en weinig geur heeft. Immers, de hond moet zo snel mogelijk een voetspoor gaan volgen, geen voerspoor en de hond moet ook niet uit gaan kijken naar grote stukken voer maar zijn neus gebruiken om zijn beloning te vinden. Met doodgewone kleine puppybrokjes heb ik goede ervaringen. Voor de slechte eters zou men over kunnen gaan op hondenkoekjes, worst, kaas etc. Vis en anijs schijnen een bijzonder lekkernij voor de hond te zijn. Maar het nadeel van het gebruik van dit type voer heb ik zo even beschreven. Daarnaast moet men proberen te voorkomen dat er geur van het voer aan je handen komt. De hond kan dan bij het speuren heel snel de neiging hebben je handen te willen volgen vanwege de lekkere geur die er aan zit. Bij het uitleggen van het spoor zal men gebruik kunnen maken van plastic handschoenen die men dan voor het uitwerken van het spoor met de hond uittrekt. Duidelijk mag zijn dat men het beste kan gaan speuren als de hond honger heeft. Gedragsonderzoekers hebben ook vastgesteld dat de reukzin van de hond des te gerichter en sterker wordt, naarmate deze naar voedsel verlangd.
We gaan ons spoor uitleggen. De hond zit hierbij bijvoorbeeld vast aan een paal en moet goed kunnen zien waar we mee bezig zijn. Bij het aanleren van het speuren moet men de windrichting goed in het oog houden. Het aanleren moet men namelijk nooit tegen de windrichting in doen. De geur van het voedsel op het speur zal de hond dan tegemoet komen. Men moet overigens altijd proberen bij een jonge hond zo min mogelijk tegen de wind in te speuren, omdat anders de hond gestimuleerd wordt om met een “hoge" neus te gaan speuren. Ook lang gras stimuleert de hond te gaan speuren met een "hoge" neus. Op latere leeftijd, als de hond eenmaal goed speurt, moet men op windrichting en graslengte e.d. juist niet meer letten bij het uitleggen van het spoor. Echter wel rekening mee houden bij uitwerken van het spoor met de hond
Ideaal is het om te beginnen met onze eerste speuractiviteiten op een weilandje met gras dat slechts enkele centimeters lang is. We steken het speurpaaltje links van ons in de grond en gaan nu een spoor uitleggen. Het spoor zal bestaan uit voetstappen die recht achterelkaar zullen liggen met een tussen ruimte tussen twee voetstappen van circa 20 centimeter. Je bent dus net een koorddanser. Men moet niet de structuur van de ondergrond te veel beschadigen. Houdt het spoor (=bodembeschadiging) vanaf het begin van de opbouw van het speuren zo realistisch mogelijk. Veel beschadiging van de ondergrond zal bovendien de hond uitnodigen te gaan zoeken met zijn ogen i.p.v. zijn neus. Voedsel wordt nu bij elke punt van een voetstap gelegd. Men moet voorkomen dat het voer wegzakt tussen het gras. Als de hond moet gaan wroeten om bij zijn voer te kunnen komen zal dit de gewenste speuractiviteiten alleen maar verstoren. Het voedsel moet in één seconde ”hapslik” weg zijn. In het begin eist het allemaal een beetje behendigheid. Let op dat het eerste voer niet bij het speurpaaltje ligt. De hond moet niet aangeleerd worden dat er voedsel ligt bij een speurpaaltje. Hiermee kan men de hond een ongewenst gedrag aanleren bij de aanzet. De hond moet leren dat hij moet gaan speuren bij de aanzet en niet voer wordt aangewezen bij de aanzet. Dus het voedsel een halve tot één meter vóór of na het speurpaaltje leggen. Tevens zo snel mogelijk helemaal geen voedsel in de buurt van het speurpaaltje leggen. Het is ook goed om soms iemand anders zijn speurpaaltje te gebruiken. Het kan zijn dat de hond reageert als het speurpaaltje anders eruit ziet of anders ruikt dan normaal (bijv. bij examen of een wedstrijd). Hoewel dit volgens de reglementen geen punten aftrek mag geven kan het toch een rommelige aanzet te weeg brengen. Het op latere leeftijd laten apporteren van het speurpaaltje nadat men gespeurd heeft, kan alleen maar slordigheden met zich mee brengen voor wat betreft het speuren zelf. Terug naar het uitleggen van ons. Dat het spoor er uit ziet als zijnde uitgelegd door een koordanser moet men in verhouding brengen tot de grote van de hond. Immers het hondje is nog zo klein dat voetstappen naast elkaar een veel te breed spoor geeft t.o.v. de grote van de hond. Het hondje zal veel te veel gaan zwalken over het spoor. We willen hem juist leren in één rechte lijn te gaan. Ons eerste spoortje zal niet veel langer moeten zijn dan ongeveer 10 meter. Aan het einde van het spoor leggen wij een doosje weg met daarin een beetje voedsel. Om te voorkomen dat de hond het doosje te vroeg ziet liggen kunnen we het eventueel een beetje bedekken met wat gras. We stappen enkele passen voorbij het doosje door en gaan dan met een flinke boog van ons spoor vandaan richting onze hond.
Enkele meters voor het speurpaaltje maken we onze hond start klaar voor het gaan speuren. De hond heeft een zeer klein halsbandje (bijvoorbeeld een kattenbandje) om waaraan een licht lijntje m.b.v. een kleine musketon bevestigd is. Een speellapje zit in onze zak. We doen het lijntje onder één van de voorpoten door gaan vlak achter onze hond staan met wat gespreide benen en buigen ons over onze hond. De hand aan de zijde dat de lijn onder de poot van de hond gaat gebruiken we om de lijn vast te houden. We brengen onze hond tot vlak voor het eerste voer en geven het commando ZOEK. Nu komt de techniek van het speuren m.b.v. het begrip “onbevangen corrigeren”. Een belangrijk punt hierbij is onze kromme lichaamshouding naar de grond, enthousiasme in onze stem te houden en zelf snuif geluiden te maken. N.B. wij zijn het alfadier, dat de hond zal volgen in zijn gedrag. Indien er een goede verstandhouding is tussen hond en geleider, dan zal de hond op deze gedragingen van de geleider reageren. Echter moet de hond leren/weten dat hij de speurspecialist is. De uitgangsregel bij de gehele opbouw bij het speuren is dus dat we nooit de hond aangeven welke richting het spoor gaat, hooguit, als dat echt nodig is, waar geur ligt. Neemt de hond het spoor op dan belonen we zeer enthousiast met de stem en aaien hem tegelijkertijd rustig over de rug. Indien de hond omhoog komt met de kop, stopt met speuren of om wil gaan draaien, dan lichten met onze hand onder de buik de hond iets op terwijl we zachtjes aan de lijn trekken, commando ZOEK enthousiast geven en snuif geluiden maken. Echter wat we nooit mogen doen is de hond op welke wijze dan ook bestraffen. Dus nooit FOEI, NEE, BETER, VOORUIT of wat dan ook met een negatieve toon hoogte. De hond moet van voetstap naar voetstap speuren en we voorkomen dat hij voer mist of meer dan 10 centimeter van het spoor af gaat m.b.v. onze lijn. Gaat de hond te snel speuren/trekken/rennen dan corrigeren we dit d.m.v. kleine rukjes aan de lijn terwijl we tegelijkertijd braven en aaien. Nogmaals, nooit geen mondelinge bestraffing dus! We zijn aan het “onbevangen corrigeren”. We behouden drift bij de hond. We proberen te bereiken dat de hond speurt in een rustig wandeltempo met een enig sinds doorhangende lijn. We moeten oppassen niet te veel onze handen te gebruiken bij het aangeven van het spoor. De hond leert snel maar op deze aanwijzingen te wachten, bovendien kan er geur van voer aan onze hand zitten. Onze handen moeten dus niet interessanter worden dan het spoor of de wegwijzer van het spoor.
Aan het eind van het spoor komt de hond ons doosje tegen. Nu gaan we voor de hond helemaal een feestje bouwen. We zijn enthousiast, geven hem het voer. Als dit op is nemen we ons lapje (op latere leeftijd wordt dat een balletje) uit de zak en gaan met de hond hiermee spelen. Immers de hond moet leren dat het goed uitwerken van een spoor deze beloning met zich meebrengt. Bovendien stimuleren we hiermee de buitdrift van onze pup. Als de hond helemaal is opgebouwd moet het zo zijn dat de hond weet dat hij naar het correct uitwerken van een spoor en het verwijzen van het laatste voorwerp hij zijn bal zal krijgen. Dit moet zijn motivatie worden om goed te speuren. Het is dus de “uitgestelde” beloning waarover werd gesproken in het hoofdstuk “Communicatie en hoe honden leren”.
Het meest ideale is om met onze pup elke dag te gaan speuren. De hiervoor beschreven methode van een “koorddanserspoor” en voer bij elke voetstap houden we dan ongeveer drie weken vol. Indien blijkt dat de pup het speuren snel oppakt kunnen we elke dag het spoor een beetje langer maken. Tegelijkertijd gaan we bij het uitwerken van het spoor steeds meer achter onze hond lopen i.p.v. over onze hond meelopen.