Het aanleren van het lossen is een belangrijke fase in de opbouw waar heel veel fout kan gaan. Een tijdstip aangeven wanneer men de hond moet gaan aanleren wat lossen tijdens een gevecht met een pakwerker is, is moeilijk aan te geven. In iedere geval niet te vroeg mee beginnen, maar bij sterk doorgroeiende honden niet te lang mee wachten. Het is dus sterk afhankelijk van de combinatie geleider-hond waarmee men mee te maken heeft.
De stelling “zodra de hond kan bijten moet hij ook lossen” zie ik geen logica in. Men moet bij dit punt met één ding tegelijkertijd bezig zijn om conflict situatie te voorkomen. Leer de hond eerst een optimale beet aan met gebruikmaking van de op dat moment gewenste driften en zorg er eerst voor dat de hond groeit t.o.v. de pakwerker. Zou men in deze opbouwfase al direct beginnen men de hond van de mouw te trekken dan is dit vragen om onbegrip van de hond met alle gevolgen van dien. Begin dus pas met het aanleren van het lossen tijdens het manwerk als de beet hard, vol en rustig is. Dit omdat het aanleren van het lossen namelijk bijna altijd zo wie zo een lichte terugslag te zien zal geven in de beet. Was de beet voor het gaan toepassen van het lossen correct, dan zal de beet op korte termijn weer als gewenst zijn. Was de beet voor het gaan toepassen van het lossen al slecht, dan zal deze nog slechter worden en zal men niet meer de gelegenheid hebben dit te corrigeren.
Daarnaast is het zo dat de oefening revieren en bewaken perfect moet zijn. Immers, de situatie na het lossen behoort een perfecte bewaking te zijn. Beheerst de hond deze niet dan is men wederom met twee dingen tegelijkertijd bezig wat ver van een ideale situatie is.
Het commando “LOS” kan men de hond het beste aanleren buiten het manwerk om. Dit zal gemakkelijker gaan daar de hond dan wat lager in drift te houden is en men zelf alles onder controle kan houden zonder afhankelijk te zijn van het doen en laten van een pakwerker. Het afgeven van de buit moet nu hier voor de hond een positieve ervaring worden en zeker niet leiden tot grote frustraties bij de hond. Nu een positieve ervaring bij het afgeven van de buit zal het lossen op commando na het winnen van de mouw of tijdens een gevecht met een pakwerker alleen maar gemakkelijker maken. Ik zal twee bekende bruikbare afgeefmethode beschrijven. Voor welke "LOS"-methode men ook kiest, het moet uiteindelijk zo zijn dat de hond het lossen nu zodanig ervaart als een positieve handeling. M.a.w. de hond moet gemotiveerd zijn om te lossen. Vooral als de hond weet dat het lossen weer drift zal brengen zal het moeten lossen eerder voor de hond een vrijwillig afgeven worden!
1)Van Helmut Raiser komt het "los en drift". Bij deze methode moet de hond de buit lossen op commando waar na binnen een seconde de hond weer in drift wordt gebracht d.m.v. het ophitsen met de buit. Het goede van de methode berust op het feit dat de belevenis van het in drift komen vele malen sterker is dan de eventuele frustratie van het moeten lossen van de buit.
2)Van Jaki Horst komt het "lossen door het in rust komen". De in drift gebrachte hond maakt buit en komt tot rust. Dit tot rust komen is dan het gevolg van de ontspanning die ingebouwd is d.m.v. rustig aanhalen, toespreken etc. Door de hond "AF" te laten gaan met de buit kan men vaak deze ontspanning ook bewerkstelligen. Komt de hond tot rust, m.a.w. zakt de drift weg, dan lost de hond vaak de buit uit zichzelf. Zoniet, dan laten we de hond, nu laag of niet meer in drift, de buit op commando lossen. Na het lossen blijft de rust, d.w.z. men houdt de hond nog enige tijd uit drift en we gaan niet de drift snel aanwakkeren door de buit snel van de hond vandaan te nemen.
Deze twee afgeefmethoden zijn dus ook altijd goed toepasbaar voor het afgeven van de mouw op commando na het winnen. Maar leer de hond eerst op deze wijze het commando “LOS” met behulp van bijvoorbeeld een balletje. Daarna kan men zelf met de hond wat stoeien om een mouw waarbij men deze wederom op de zelfde wijze leert op commando de mouw te lossen.
Heeft de hond het commando “LOS” begrepen en positief ervaren dan kan men over gaan met het lossen gedurende het manwerk. Lossen tijdens het gevecht met de pakwerker kan men de hond aanleren met een lange lijn aan zijn (prik)ketting. De hond zit op de mouw en de lijn wordt dusdanig gemanoeuvreerd dat deze tussen de benen van de pakwerker doorloopt naar achter de pakwerker alwaar een "helper" de lijn vasthoudt. Na het commando “LOS” van de geleider, die zich circa 1 meter van zijn hond bevindt, geeft de "helper" indien nodig korte maar krachtige rukken aan de lijn. De hond wordt dan dus als het ware onder de mouw door getrokken. Op het moment dat de hond lost stimuleert de geleider de hond de pakwerker aan te blaffen. Dit aanblaffen is dus voor de hond een bekend iets. De "helper" kan de lijn ook nog eventueel gebruiken om de hond dicht bij de pakwerker te laten bewaken.
Het leren lossen op deze manier, waarbij de hond dus onder de mouw wordt getrokken i.p.v. de mouw af d.m.v. correcties met een lange lijn vanuit achter de hond (en dus voor de pakwerker), kan belangrijk zijn. Er zijn honden die bij het trekken van de mouw af en dus gecorrigeerd worden op de keel i.p.v. in de nek, alleen maar meer verzet gaan vertonen en niet willen lossen. Ik heb er al eerder opgewezen dat het van de pakwerker aftrekken een tegen natuurlijke acties is voor het bereiken van lossen en het schoon blijven.
Indien de hond duidelijk is wat lossen is moet de rol van de "helper" verdwijnen en de commando's en correcties alleen nog van de geleider komen. De geleider moet de zaak afdwingen bij zijn hond. Ook de pakwerker behoort zich niet met het lossen te bemoeien. Verstandig is wel de lange lijn aan de hond bevestigd te laten, zodat de geleider zijn hond snel kan grijpen indien deze zijn straf wil gaan ontlopen (=wegspringen) op het moment de geleider op de hond inloopt om deze te corrigeren voor ongeoorloofd gedrag.
Ook moet men het lossen oefen waarbij de pakwerker de mouw niet helemaal voor zich trekt of doet dat hij niet goed stil kan blijven staan omdat de hond zo sterk vecht.
Het is goed om te weten dat een hond die werkende is in buitdrift en dan moet lossen, de hond moeilijk in de actieve agressie kan komen of te brengen is. Een hond die werkende is bij meer dreiging (verdedigingsdrift) en dan moet lossen komt sneller in actieve agressie of is sneller in actieve agressie te brengen. Echter is het ook weer zo dat lossen gedurende het werken in buitdrift voor de hond gemakkelijker is dan het lossen gedurende het werken in verdedigingsdrift. Heeft de hond niet het vermogen om na het lossen in actieve agressie te komen maar in verdedigingsdrift blijft hangen, dan zal deze snel een “natuurlijke afstand” innemen t.o.v. de pakwerker. D.w.z. dat het dan onvermijdelijk is deze hond in buitdrift te moeten brengen om hem onder de mouw te houden.
Het kan voorkomen dat de hond op een bepaald moment de neiging heeft te gaan lossen zodra de actie van de pakwerker wat minder wordt en dus voor het commando “los” gegeven is. Men kan dit gaan verhelpen door de pakwerker soms met zeer weinig actie te laten werken en de hond daarbij te “irriteren” met wat tikjes met de stok of dergelijke, zodat deze gestimuleerd wordt te blijven vechten met de pakwerker. Hierbij laat men de hond dan soms lossen en soms de buit gelijk winnen gedurende het gevecht.