Dit hoofdstuk speuren bestaat uit een verzameling van eigen ervaringen en de informatie uit diverse boeken. De nadruk voor wat betreft de opbouw van een hond bij het speuren zal liggen bij de beschrijving van de methoden waar ik het meeste in geloof met het type hond dat ik graag zie in het IPO/VH africhtingsportprogramma. Dit wil niet zeggen dat andere methoden verkeerd zouden zijn. Er zijn vele wegen die naar Rome leiden. Het is juist de kunst die trainingsmethode te kiezen die het best past bij het karakter van de hond en het karakter en de ervaring van de geleider! Het meest wordt er in de hondensport gesproken over het manwerk. Wat vaak niet doorzien wordt dat het speuren voor de geleider de meeste problemen met zich meebrengt. Dit komt omdat hier de tekortkomingen van de geleider snel boven water komen. Hondensport eist namelijk van een geleider veel concentratie, inzet en een gave om goed met honden om te kunnen gaan, dit met een goede begeleiding van een instructeur. Het ontbreken van deze eisen ziet men het eerste bij de speuractiviteiten! Niet geconcentreerd zijn tijdens het speuren kan nooit het maximale rendement uit de aanleg van de hond geven. Concentratie verlies kan vooral optreden als het speuren een periode goed gaat. Juist op dat moment treedt het gevaar op van slordig te werk gaan gedurende de speurtrainingen. De concentratie zal vooral gericht moeten zijn op het uitleggen van het spoor met zijn voorwerpen. Men behoort namelijk altijd exact te weten waar het spoor met zijn hoeken ligt en waar de voorwerpen liggen. Ook als het spoor niet zichtbaar is na het uitleggen. Immers weet men dit niet, dan kan men nooit goed beoordelen of de hond het spoor correct uitwerkt en dus ook niet corrigeren indien dat nodig mocht zijn. Het niet meer weten van de ligging van het spoor en of de exacte locatie van de voorwerpen is vaak de bron van de slechte voortgang in de opbouw bij het speuren. Gezegd moet worden dat het exact terug vinden van het spoor met de voorwerpen men alleen door veel ervaring opdoen zich meester kan maken. Naast bovenstaande is tevens een enthousiaste uitstraling en “meedoen” met de hond zeer belangrijk. Verzuimt men een bepaalde periode in de genoemde “speurwetgevingen” dan zal de hond terugvallen in zijn prestatie. Baas en hond moeten “scherp staan” bij het speuren. Wat betreft het speuren en het type hond nog het volgende. In het boek van Swarovsky,”opvoeding”,blz 24 wordt het volgende beweerd. Honden die aanleg hebben om goed te speuren zijn die honden die ook zonder invloed van de geleider opvallend vaak hun neus gebruiken, overal snuffelen en overal "hun neus in steken". Van karakter moeten zij zoveel mogelijk op een sanguinici lijken, waarbij een lichte neiging naar een flegmatici niet weg is. Cholerici worden zeker geen goede speurhonden. In de praktijk blijkt dit aardig te kloppen!!
In de komende tekst over het speuren zal ik niet heel diep ingaan op de theorie. In diverse boeken wordt hier al heel diep op ingegaan. Ik verwijs hiervoor in het bijzonder naar de theoretische achtergronden die zijn beschreven in het boek van Ruud Haak,"speuren",blz 9 e.v.