Kwispelt uw hond niet meer zoveel als hij eerst deed? Springt hij
niet meer waar hij dat vroeger wel deed? Kreunt hij als hij opstaat
nadat hij een tijdje gelegen heeft? Al snel wordt gedacht dat hij last
van heupdysplasie heeft (HD). Een andere oorzaak is lage rugpijn,
onbekender en ook lastiger vast te stellen.
Hoe komt een hond aan lage rugpijn?
Meestal is de oorzaak een hernia. Deze ontstaat als een zachte
tussenwervel (kraakbeen) stuk gaat en uitstulpt richting zenuwen in het
ruggenmerg. De druk op de zenuwen zorgt voor de problemen: pijn en soms
verlammingsverschijnselen in de achterhand en de lage rug. Vooral herderachtigen hebben last van lage rugklachten, maar het komt
ook bij andere rassen voor. De klachten zien we het meest bij patiënten
van 6 – 8 jaar oud. Bij honden die zeer actief zijn (jachthonden,
werkhonden) treden de problemen al vaak op als zij jonger zijn. Rugklachten
zijn lastig te herkennen. Wat het extra moeilijk maakt is dat veel
symptomen lijken op honden met HD of met artrose. Hierdoor wordt de
diagnose soms gemist en krijgt het dier een onjuiste behandeling.
Diagnose
Het stellen van de juiste diagnose is lastig. Voor een zekere
diagnose is namelijk een MRI scan onmisbaar. Hiervoor moet de patiënt
verwezen worden naar een specialist. Aangezien men vooraf niet weet om
welke aandoening het gaat is het goed als er een team van specialisten
is: een neuroloog, een orthopeed en een radioloog. Gelukkig heeft de
Faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit in Utrecht een speciale
poli voor deze patiënten opgericht. Hier werken de specialisten nauw
samen om snel tot een juiste diagnose en behandeling te komen.
Essentieel bij het maken van een MRI is overleg tussen de radioloog en
de orthopeed of de neuroloog of beiden. De beeldvormer moet precies
weten wat er op de scan zichtbaar moet worden gemaakt en waarom.
Behandeling
Als de diagnose middels een MRI is gesteld komt de behandeling.
Allereerst bestaat deze uit rust en pijnstilling. Deze laatste werkt ook
ontstekingsremmend en gaat dus zwelling tegen. Is dit onvoldoende of
blijkt uit de scan dat alleen medicijnen en rust onvoldoende zijn, dan
volgt een operatie. In tegenstelling tot de situatie bij mensen is bij
honden een hernia operatie in 80% van de gevallen succesvol.
Hoe werkt zo’n operatie? Bij de operatie wordt het uitgestulpte materiaal verwijderd om zo de
druk op de zenuwen te verminderen. Om de vorming van littekenweefsel
tegen te gaan worden de zenuwen in een bedje van vetweefsel gelegd. Dit
vetweefsel wordt op een andere plaats uit de onderhuid gehaald. Door dit
vetbed ontstaat er geen verkleving van weefsel en wordt er geen
bindweefsel gevormd. Dit draagt in hoge mate bij tot het succes van de
operatie.
Nazorg Deze bestaat uit 6 weken lijnrust (dus ook in huis), aangepaste
beweging een antibioticum en pijnstilling. Na 6 weken vindt een controle
bij de specialist plaats.