Oogcontact
van de hond met de geleider is een zee sterk punt voor het bereiken van een
perfecte uitvoering van appèloefeningen. Het is de ultieme vorm van aandacht
voor de geleider. Bovendien is oogcontact een zeer goed en eenvoudig middel om
de intensiteit van de aandacht voor de geleider te meten. Immers de hond kijkt
je wel of niet aan in de ogen en is er dus de ultieme aandacht wel of niet
aanwezig.
Oogcontact is het middel om het door de
hond reactief zijn en in de gewenste reactieve fasetijd verkeren gedurende de
uitvoering van een oefening goed de controle over de hond te behouden. Zoals in
een passage hiervoor beschreven, kan het reactief zijn van een hond bij het
uitvoeren van oefeningen problemen met zich meebrengen. Ik geef wat
voorbeelden. Bij de ZIT en AF oefening houd de hond al wat in een past zijn lichaamshouding al aan . Bij het
apporteren gaat het achterwerk van de hond al voor het commando enigszins van
de grond. Bij het oplopen voorafgaande aan het commando VOORUIT dringt de hond
al voor.
Kan men echter bereiken dat in de
reactieve fasetijd de hond oogcontact zoekt met de geleider dan heeft de hond
op dat moment volledige aandacht voor zijn geleider. De hond is dan in de
reactieve fasetijd echter onder volledige controle. De hond is geleerd dat
oogcontact het middel is om uiteindelijk tot driftbevrediging te komen. Zo als al eerder gezegd, het is van zeer
groot belang de samenhang van de zaken die hier spelen goed voor ogen te
houden. Vanwege dit grote belang geef ik wederom een korte opsomming hiervan.
*De hond is uit op driftbevrediging.
*Hem is geleerd dat oogcontact uiteindelijk
de driftbevrediging zal brengen.
*Dit oogcontact hebben we nodig om de
reactieve fasetijd goed onder controle te houden.
*De reactieve fase tijd komt voort uit
het in drift zijn van de hond.
*De drift is nodig voor de uitvoering
van een snelle oefening.
*De
hond is in drift omdat deze weet dat het correct uitvoeren van de oefening
driftbevrediging brengt.
*Voor
het in drift komen is het initiatief bij de hond gelegd. De hond is geleerd de
geleider te activeren tot het gaan uitvoeren van oefeningen.
Schematisch
zou je het zo kunnen uitteken:
OVERZICHT VAN DE SAMENHANG VAN DE VERSCHILLENDE ELEMANTEN
BIJ HET UITVOEREN VAN OEFENINGEN DRIFBEVREDIGING ß OEFENING ß
OOGCONTACT ß REACTIEVE
FASETIJD ß DRIFT ß INITIATIEF
BIJ DE HOND
Oogcontact
is vaak al een bijproduct dat ontstaat gedurende de opbouw. De basis van
oogcontact wordt al gelegd bij het verleggen van het initiatief bij de hond om
tot het uitvoeren van oefeningen over te gaan. Het belang van oogcontact voor
de hond kan hier al geconditioneerd worden. Mocht het echter gedurende de
opbouw blijken dat het niet tot het gewenste oogcontact gaat komen, kan men
besluiten zeer bewust oogcontact te gaan aanleren. Een methode om de hond
oogcontact te gaan aanleren kan als volgt luiden.
Neem
voedsel of een balletje en houdt dat tussen de ogen van de hond en je eigen
ogen. Op deze wijze kijkt de hond naar het begeerde en naar jou. Zodra de hond
in je ogen kijkt beloon je deze door het voedsel of de bal te geven. Begint de
hond het spelletje door te krijgen dan gaat men een stap verder door de hond
echt bewust te leren kijken. Dit doet men door de buit nu in een gesloten vuist
een deel zijwaarts van je eigen lichaam af te houden. De hond zal zich
uiteraard eerst fixeren op de vuist of zelfs proberen te snuffelen, belikken
etc. negeer dit gedrag en wacht af totdat de hond je aankijkt van "waarom
niet?”. Op dit moment van oogcontact komt de beloning voor de hond uit de
vuist. De hond leert dus dat het in drift zijn naar iets, het oogcontact de driftbevrediging
geeft. Uiteraard wordt de verleiding naar het voedsel of de bal uitgebouwd door
bijvoorbeeld meer beweging met de arm en wordt de tijdsduur van het aankijken
langzaam uitgebouwd.
Uiteraard
moet men ook gedurende de opbouw van de appèloefeningen erg goed op blijven
letten als de hond oogcontact maakt. Oogcontact zal bij aanvang altijd een
beloning moeten opleveren voor de hond. Met andere worden, de hond moet
geconditioneerd worden dat oogcontact uiteindelijk driftbevrediging op zal
leveren. Uitbouwen van de tijdsduur van het oogcontact moet langzaam
geschieden.