Een goede basis voor deze oefeningen is uiteraard dat de hond graag zwemt, of in ieder geval vertrouwd is met water en weet wat zwemmen is. Men kan dit bereiken door de hond spelenderwijs kennis te laten maken met water. Een balletje kan hierbij erg nuttig zijn. Dat de hond de benodigde commando’s zoals AF, BLIJF en het apporteren al uitermate goed moet beheersen voordat men met het aanleren van deze oefeningen begint moet men stilaan logisch vinden. Zo niet, dan heeft men de “rode draad” van dit werkstuk nog niet ontdekt.
Bij het aanleren van de oefening overzwemmen is het erg handig een zeer geschikte locatie hiervoor op te zoeken. Dit is een plaats waar men zelf over een bruggetje of dergelijke de hond kan begeleiden. Als men kort op de hond kan blijven gedurende het aanleren van de oefening is dat gewoonweg ideaal. Het water moet in deze aanleerfase ook niet erg breed zijn. Een lichte maar sterke drijvende lijn is ook een noodzakelijk hulpmiddel. Een hulppersoon kan nuttig werk verrichten bij de opbouw van deze oefening.
Een mogelijke aanleermethode kan zijn dan een hulppersoon de hond, die aan de lange lijn zit, vast houdt en men zelf met het uiteinde van deze lange lijn aan de andere kant van het water gaat staan. Met een bal of ander geliefd voorwerp van de hond roept/lokt men de hond naar zich toe die dus door het water moet. Aangekomen krijgt de hond de bal. Bij de volgende fase van de oefening moet de hond bij aankomst bij de geleider eerst gaan liggen alvorens hij de bal krijgt terwijl hij nog ligt. De hond wordt nu geleerd te moeten blijven liggen met zijn bal in zijn bek. De motivatie voor het overzwemmen wordt zo gecreëerd, namelijk een bal in de bek terwijl hij rustig ligt. Het reglement spreekt dat de hond ook mag zitten of blijven staan, maar door de hond AF te laten gaan bouwt men gewoonweg met zekerheid en rust in bij de gehele oefening. Leer de hond van het begin af aan alleen maar recht over te mogen steken van oever naar oever. Verloopt deze fase prima dan kan men een stap verder gaan. Men kan nu duidelijk aan de hond laten zien dat men zijn bal laat vallen aan de andere kant van de oever. Men loopt nu echter terug naar de hond, die nog steeds vast wordt gehouden door een hulppersoon. De focus op de bal behoort overeind gehouden te worden. Is men aangekomen bij de hond dan geeft men de deze een commando om richting de bal te gaan. Handig is nu dat de hulppersoon ondertussen met het einde van de lijn aan de andere kant van het water staat. Het mag niet zo zijn dat deze hulppersoon correctie of commando’s aan de hond geeft. Het africhten moet geschieden door de geleider! De hulppersoon dient slechts om grote fouten van de hond voor te zijn door zo nodig met behulp van de lijn de hond hierin te blokkeren. De volgende stap is dat de geleider niet meer zichtbaar voor de hond weglegt, maar zichtbaar voor de hond al aan de overkant van het water te zien is. In de daarop volgende stap is de bal wel aanwezig maar niet zichtbaar bij het te water gaan richting de bal. Men kan in deze verschillende stappen in het begin beter de hond steeds ophalen om zodoende het “BLIJVEN” goed te conditioneren. Later kan men het ophalen of terugroepen, waarbij de hond dus weer door het water moet, afwisselen. Conditionering van de gehele oefening kan uiteraard het beste plaatsvinden door steeds op exact de zelfde locatie te trainen in deze opbouwfase. Als de oefening op deze locatie met de hond los van de lijn goed in de praktijk gebracht kan worden gaat men ook andere locatie opzoeken voor de oefening, waarbij ook breder water aan bod kan gaan komen. Werk wel altijd in eerste instantie op deze nieuwe locaties aan de lijn om zodoende grote fouten voor te kunnen zijn. Doe desnoods een stapje terug in de opbouw op deze nieuwe locaties.
Wie de bovenstaande tekst leest zal overeenkomsten zien met de tekst uit “VOORUIT”.
Nadeel van deze methode is zondermeer dat hulp van een andere persoon nodig is en de aanwezigheid van deze hulppersoon en zijn handelingen met de lijn, altijd invloed zal hebben op het doen en laten van de hond. De aanwezigheid van deze persoon moet dus worden afgebouwd. Wie deze persoon niet ter beschikking heeft kan werken met een dubbele lijn in combinatie met een goed katrol. Het nadeel is dan wel weer dat de technische vaardigheid van de africhter hoger moet zijn. Voordeel is dus weer dat het afbouwen van de aanwezigheid van de hulppersoon niet nodig is.
De oefening van het apporteren van een voorwerp uit het water hoeft niet moeilijk meer aan te leren te zijn als het (over)zwemmen goed wordt beheerst. Immers in deze fase is het apporteren al goed geconditioneerd en de hond is goed vertrouwd met het water. De aanleerfase kan weer het beste plaatsvinden op steeds dezelfde locatie.
Het voorwerp dat uit het water gehaald moet worden is in de meeste gevallen een plank van een meter lang, 10 centimeter breed en een centimeter of 2 dik. Verder is de plank dan licht van kleur of blank hout en aan weerzijde in het midden voorzien van een latje zodat de hond grip kan hebben bij het apporteren. Omdat het voorwerp voor de hond wat ongebruikelijk kan zijn is het in de regel het beste de hond eerst op de oever de plank te laten apporteren. Als de hond aangeeft de plank goed te apporteren, dan kan men het water erbij betrekken. Uiteraard gebeurt dit allemaal aan de lange lijn zodat de gehele opbouw goed gecontroleerd kan geschieden en daarmee goed geconditioneerd. Los werken doen we pas als de conditionering heeft plaatsgevonden. We beginnen uiteraard met de plank één meter van de over in het water te deponeren en het appèl van het rustig moeten wachten op het commando om te mogen gaan apporteren wordt gelijk meegenomen in de oefening. Gaande weg wordt de afstand die de hond moet zwemmen naar de plank langzaam groter gemaakt. Heeft de hond de vaardigheid gekregen de oefening uit te voeren zodat deze voldoet aan alle eisen die de reglementen stellen, dan gaat men op andere locatie de oefening in de praktijk brengen. Werk hierbij altijd weer eerst met een lange lijn, totdat men overtuigd is dat alles goed zal gaan indien de hond los van de lijn aan het werk gaat.