Let OP!!
Dit is geen Echte Agressie Van Deze Hond
Amber
Er bestaan op wetenschappelijk gebied meerdere onderverdelingen van soorten agressie bij honden. Een redelijk breed overzicht van soorten agressie, ingedeeld naar hun functie, is van Dr. Karen Overall (1997). Wanneer een hond agressie vertoont is het belangrijk om te weten welke soorten agressie de hond vertoont. Deze diagnose is de eerste stap voor een effectieve behandeling. • Dominante agressie Agressie naar gezinsleden waarbij bepaalde handelingen door de hond niet worden geaccepteerd (bv aaien, van bank of stoel afduwen, correcties) • Bezitsagressie Agressie ter verdediging van voedsel, speeltje, kluif etc. • Angst-agressie Agressie vanuit een angst voor iets of iemand • Territoriale agressie Agressie ter verdediging van territorium of eigen gezin/roedel • Prooi-agressie Najagen, aanvallen, verwonden en/of doden van snel bewegende dieren, mensen, joggers, fietsers, auto’s etc. • Agressie uit pijn Agressie die ontstaat uit acute of chronische pijnbeleving, of de associatie daarmee. • Spelagressie Agressie tijdens spel • Maternale agressie Agressie in de context van de loopsheid, (schijn)zwangerschap of de nestomgeving met puppies • Omgerichte agressie Agressie richt zich op iets of iemand anders dan de bron van die agressie waardoor spanning afvloeit • Agressie tussen honden • Idiopathische agressie Agressie zonder aanwijsbare oorzaak
Oorzaken van agressie Agressie bij honden kent vele verschijningsvormen en een nog groter aantal mogelijke oorzaken. Hoewel het begrijpelijk is dat mensen agressie van hun hondse huisgenoten (meestal) niet tolereren, is het toch goed te bedenken dat bijten op zich volkomen normaal honds gedrag is. Een hond die wordt geconfronteerd met een situatie die in de ogen van de hond bedreigend is, kan kiezen tussen vluchten of aanvallen. Beide soorten van gedrag hebben in de gegeven situatie maar één doel: de afstand tussen de hond en "de bedreiger" vergroten. Het vergroten van de afstand wordt bereikt door of jezelf te verwijderen van de plek des onheils (vluchten) of ervoor te zorgen dat de ander dat doet (dreigen/aanvallen). Welk gedrag gekozen wordt (vluchten of aanvallen) hangt onder andere af van genetisch bepaalde voorkeursgedragingen van de hond, van eerdere ervaringen (was vluchten of juist bijten in vorige gevallen succesvol), de omstandigheden (is er ruimte om te vluchten), de mate van verdedigingsdrift van de hond in die situatie (een hond zal op zijn eigen territorium eerder bijten) enzovoort.
Regelmatig horen wij van eigenaren dat de hond "zomaar, zonder enige aanleiding" heeft gebeten. In werkelijkheid was er in de ogen van de hond wel degelijk een aanleiding, maar om die te kunnen zien vraagt van mensen om hun menselijke bril af te zetten en met hondse ogen te kijken naar de situatie. Voorbeelden van gebeurtenissen/situaties die door veel honden als bedreigend worden ervaren (maar niet altijd door mensen als zodanig herkend worden) zijn:
1. De hond wordt recht aangekeken door iemand die hij niet kent en/of niet volledig vertrouwt. Door iemand recht aangekeken worden kan als zeer bedreigend worden ervaren, zeker wanneer de kijkende persoon ook nog in jouw richting komt. Ook wij mensen kennen dit verschijnsel; hoe zou u zich voelen wanneer u op straat loopt en iemand maakt oogcontact met u en loopt vervolgens recht op u af? U zou waarschijnlijk het idee hebben dat die persoon kennelijk iets van u wil en waarschijnlijk zou u zich (heel) onbehaaglijk voelen. Vreemd genoeg verwachten veel mensen van honden toch dat die hun starende blikken als normaal of zelfs aangenaam ervaart.
2. Iemand maakt een gebaar van bovenaf richting de hond (bijvoorbeeld over de kop van de hond aaien). Gebaren van bovenaf kunnen door honden om twee redenen als bedreigend worden ervaren. De hond kan het gebaar associëren met een aanval (op hem gerichte agressie), maar hij kan het gebaar ook associëren met dominantie. Honden die in het contact met een andere hond hun ranghogere positie willen benadrukken kunnen dit onder andere doen door een poot op de rug van de ander te leggen, door op de andere hond te "rijden" of door te proberen de ander plat op de grond te krijgen en er zelf (letterlijk) boven te gaan staan. Wanneer een hond vindt dat hij ranghoger is dan u (of, op zijn minst, wanneer de hond niet volkomen duidelijk is dat hij ranglager is), kan een gebaar van bovenaf worden opgevat als een bedreiging voor de ranghoge positie van de hond.
3. Iemand wil in de ogen van de hond iets van hem afpakken. De bedreiging kan een gebied (territorium, ligplaats) betreffen, maar ook andere verworvenheden zoals voer, speeltjes enzovoort. De bedreiging kan bovendien nog betrekking hebben op "levende have", bijvoorbeeld puppies in geval van een moederhond of de verdediging van andere roedelleden (de baas, de kinderen, een andere hond uit dezelfde roedel).
4. De hond wordt benaderd door een persoon die hij wantrouwt vanwege een slechte inprenting/socialisering of door eerdere (traumatische) ervaringen. Sommige honden zijn bijvoorbeeld bang voor kleine kinderen, of voor mannen met een bril, of voor mensen met een donkere huidskleur enzovoort. Deze angst kan ontstaan wanneer de hond als jonge pup niet (voldoende) heeft kennisgemaakt met dat type mensen. Ook kan de hond traumatische ervaringen hebben opgedaan, waardoor de angst op latere leeftijd is ontstaan.
De bovenstaande voorbeelden zijn allemaal mogelijke aanleidingen voor het vertonen van agressie. De aanleiding is altijd één of andere vorm van bedreiging (in de ogen van de hond), gestoorde agressie (bijvoorbeeld als gevolg van een tumor in de kop) uitgezonderd. zes soorten agressie bij honden, waarbij dient te worden opgemerkt dat de scheidslijnen niet altijd even duidelijk zijn. In de praktijk zijn dus combinaties van de zes vormen mogelijk.
1. angst-agressie Bij deze vorm van agressie reageert de hond omdat hij zelf in zijn ogen wordt bedreigd. De hond vat bijvoorbeeld een onverwacht gebaar in zijn richting op als een aanval en reageert hierop door in uw hand te bijten. Honden die bijten uit angst bijten niet gericht, dat wil zeggen zij springen niet naar u op om u doelbewust in uw hals of gezicht te bijten maar zij bijten in het dichtstbijzijnde voorwerp of lichaamsdeel. De beet is bovendien over het algemeen kort (direkt na de beet laat de hond weer los). Angst-agressie kan ook voorkomen wanneer de hond pijn heeft en u wilt de pijnlijke plek behandelen.
2. dominante agressie In dit geval ervaart de hond dat zijn positie (rang) wordt bedreigd. Honden kennen geen democratie en gelijkheid; zij denken in rangen en standen. Een ranghoge positie brengt bepaalde privileges met zich mee en is daarom de moeite van het verdedigen waard. Een hond die zichzelf beschouwt als hoger in rang dan u, heeft vanuit hondenogen bezien bovendien het recht om u (als ranglagere) te corrigeren (= bijten) wanneer de hond dat nodig acht. Een hond die u aanvalt vanwege dominante agressie, bijt gericht en vasthoudend. Zo’n hond springt omhoog om zo te proberen in uw hals of gezicht te bijten.
3. verdedigende agressie Hierbij gaat het om de verdediging van verworven “bezittingen”, zoals het eigen territorium, voedsel, speeltjes enzovoort. Rangen en standen spelen hier wel mee, maar zijn niet alles bepalend. Bijvoorbeeld een moederhond kan haar puppies fanatiek verdedigen tegen een hond die toch zonder twijfel ranghoger is. Meer informatie over verdedigende agressie m.b.t. voer kunt u lezen in het artikel "Baknijd".
4. geconditioneerde agressie Geconditioneerde ( = aangeleerde) agressie vindt zijn oorsprong in één van de drie bovenstaande vormen. Een hond kan zich aanleren agressie als middel te gebruiken, wanneer hij heeft ervaren dat agressie suksesvol is. Het komt bijvoorbeeld nog al eens voor dat agressie die oorspronkelijk voortkwam uit angst zich na verloop van tijd ontwikkelt tot een meer dominante vorm van agressie. Dit komt dan omdat de hond heeft ervaren dat agressie suksesvol is. Bijvoorbeeld een hond die bang is voor andere honden kan in eerste instantie angst-agressie vertonen wanneer hij een ontmoeting met een andere hond niet uit de weg kan gaan. Wanneer de angstige hond nu ervaart dat als gevolg van de agressie de andere hond terugdeinst (of snel door zijn eigenaar wordt teruggetrokken), is de basis gelegd voor het vaker toepassen van agressie. Gedrag dat sukses heeft wordt immers graag herhaald. Na steeds meer "positieve" ervaringen wordt de eerst angstige hond steeds zekerder van zichzelf (hij is niet zo zeer minder bang geworden voor andere honden maar heeft een betrouwbare methode ontdekt om ze zich van het lijf te houden). De angstige hond kan nu een (uiterlijk) zelfverzekerde vechtersbaas worden. Ook is het mogelijk dat de eerst angstige hond zijn agressie-ervaringen gaat generaliseren, dat wil zeggen dat hij agressie ook gaat toepassen in andere situaties!
5. agressie als gevolg van instincten en driften Bij deze vorm van agressie kunt u bijvoorbeeld denken aan de drift om te jagen en de drift om een prooi te doden.
Bij gestoorde agressie is er sprake van agressie als gevolg van een niet door training te verhelpen afwijking bij de hond. Deze afwijking kan al bij de geboorte aanwezig zijn, maar ook later ontstaan, bijvoorbeeld door een tumor in de hersenen.
Voorkómen van agressie bij honden Omdat agressie in principe voortvloeit uit iets dat de hond als bedreigend ervaart (gestoorde agressie uitgezonderd) is het dus zaak een hond zo op te voeden en te begeleiden dat de kans op het ervaren van bedreiging zo klein mogelijk is. De puppy-periode van een hond is hierbij het allerbelangrijkst; hoewel ook een oudere hond in de meeste gevallen gelukkig nog te her-trainen is.
De periode dat een pup tussen de vier en circa twaalf weken oud is, wordt de inprentings- en socialisatieperiode of primaire socialisatieperiode genoemd. Alles wat de hond in deze periode ziet en meemaakt, zal hij in zijn latere leven in principe als normaal ervaren. Dus heeft de jonge pup bijvoorbeeld veel contact met kleine kinderen, dan zal hij ook als volwassen hond in principe zonder angst met kinderen omgaan. Het omgekeerde geldt ook: ziet een puppy tijdens de inprentings- / (primaire) socialisatieperiode helemaal geen kinderen, dan is de kans groot dat hij kinderen later automatisch als bedreigend zal ervaren. In deze periode tot circa 12 weken oud is het dus heel erg belangrijk om de pup op een positieve manier met zoveel mogelijk verschillende mensen, honden, andere beesten, verkeer enzovoort kennis te laten maken.
Tijdens de secundaire socialisatieperiode (van circa 3 tot circa 6 maanden oud) is de pup ondermeer bezig om te bepalen hoe hoog in rang hij kan zijn. Hierbij is het dus zaak de pup te laten ervaren dat mensen ranghoger zijn dan hij! Dit hoeft u overigens absoluut niet met geweld aan de hond duidelijk te maken; u dient hiertoe consequnet te zijn en zogenaamde "huisregels" toe te passen. Over "huisregels" zal binnenkort een pagina op deze website worden toegevoegd.
In deze periode (12 weken - 6 maanden oud) gaat ook het proces van socialisatie nog steeds door; het is dus niet zo dat het voldoende zou zijn om een pup tot 12 weken oud met van alles op een positieve manier kennis te laten maken! Het jonge leventje van een pup is al met al heel bepalend voor de rest van zijn leven! Zeker bij de rassen die bekend staan als "gereserveerd tegenover vreemden" is een goede (dus intensieve) inprenting/socialisatie heel erg belangrijk.
Realiseert u zich dat een hond die gereserveerd is tegenover vreemden in onze drukke mensen-maatschappij in wezen een hond is die voortdurend onder stress staat. Dus los van het risico dat zo’n hond wellicht ooit iemand bijt (angst-agressie), is het ook in het kader van het welzijn van de hond zelf van belang een hond goed te socialiseren.