Bij deze
oefening wordt, zoals bij elke oefening dat hoort, de hond eerst duidelijk
gemaakt wat de bedoeling is. Hierbij hebben we hulp nodig van een tweede
persoon. De geleider heeft zijn hond, die bevestigd is aan een lange lijn, vast
en laat zien dat hij een bal geeft aan de hulppersoon. Deze hulppersoon
probeert te bewerkstelligen dat de hond de aandacht op de bal houdt en legt de
bal op circa 10 meter van de hond en zijn geleider weg. De plaats waar de bal
nu ligt is ongeveer de plaats waar normaal gesproken de hond “AF” moet op het
terrein bij de oefening vooruit sturen.
N.B. Indien de
hulp van een tweede persoon niet aanwezig is kan men als volgt te werk gaan.
Breng de hond in drift m.b.v. een bal, houdt de hond in drift en leg de bal op
een verhoging om vervolgens afstand te nemen van de bal.
De
geleider probeert vervolgens zijn hond te pushen richting bal en geeft een
visueel signaal in de vorm van een armbeweging richting bal en geeft direct
daarop volgend het commando “VOORUIT”. Het blijkt dat de spanning bij het
vooruit sturen te verhogen is door de hond vanuit “ZIT” in drift te brengen en
vanuit “ZIT” te laten vertrekken op het commando. Nu rent de geleider met zijn
hond naar de bal en aangekomen bij de bal het commando “AF”. Bij dit commando
“AF” heeft men nu twee mogelijkheden. (1) Men laat de hond “AF” gaan met de kop
richting de looprichting of (2) men laat de hond 180 graden draaien zodat hij
met de kop richting geleider ligt. Mogelijkheid (1) is hoe de oefening volgens
de letter van het programma dient te worden uitgevoerd, mogelijkheid (2) is de
manier dat in de praktijk het meest wordt gehanteerd. Mogelijkheid (2) geeft
waarschijnlijk iets meer controle over de hond voor wat betreft het rustig
blijven liggen bij het inkomen van de geleider na het commando “AF”.
Bij
de verdere opbouw van deze oefening wordt de afstand tot de bal vanaf de plaats
van het vertrek van het vooruit gaan steeds groter gemaakt. Tevens probeert men
de afstand dat men achter de hond aanrent steeds groter te maken.
Bij
het “HIER” voorroepen heb ik het al gehad over de taal van de oren van de hond.
Ook bij deze oefening geldt dat de oren in de nek snelheid betekent, komen de
oren omhoog dan is er spraken van afremming. Dus gaat de hond vooruit en komen
de oren omhoog dan kan men al op dat moment stimulans, later in de opbouw
dwang, op de hond uitvoeren om te zorgen dat hij snel vooruit blijft gaan. Men
hoeft dus niet te wachten totdat hij daadwerkelijk vertraagt of omkijkt
gedurende het vooruit gaan.
Het
vervolg van het verhaal blijft het zelfde, met dat verschil dat men gebruik
gaat maken van een zeer lange lijn. Deze lijn moet een meter of 30 lang zijn,
behoorlijk dik en uit één stuk bestaan. Er mogen absoluut geen knopen in deze
lijn zitten daar deze knopen dan erg storend zouden zijn. Wat men in het
vervolg ook aan zal moeten doen is een paar goede werkhandschoenen. Wat men
namelijk de hond moet gaan leren is dat hij met grote snelheid vooruit blijft
gaan ondanks men deze lijn door de handen laat glijden. Wat men dus wil
bereiken dat de hond zich een beetje vooruit moet trekken. Het mag duidelijk
zijn dat de hond hierbij geen prikketting om mag hebben en in het begin zal
moeten wennen aan de situatie. Heeft men de situatie bereikt dat de hond zich
over een afstand van ongeveer 30-40 meter hard vooruit trekt aan de lijn en
goed “AF” gaat dan kan men overstappen naar de volgende in de opbouw van het
vooruit gaan.
De
geleider gaat de hond nu leren direct “AF” te gaan op commando, ondanks hij nog
niet bij de bal is. In de praktijk ziet dit er als volgt uit. De hond krijgt
het commando “VOORUIT”. Op ongeveer 15 meter krijgt hij het commando “AF” en
wordt gelijk geblokkeerd m.b.v. de lijn. Nu is het belangrijk dat de hond leert
door snel “AF” te gaan op commando hij zijn driftbevrediging krijgt. De hond
ligt dus en de geleider rent snel met een positieve lichaamshouding naar de
hond toe, knielt naast hem neer, braaf hem en geeft de bal uit de hand.
Het
vervolg van de opbouw is dat men de hond soms helemaal tot de 30-40 meter waar
de bal ligt laat
doorlopen voordat het commando “AF” komt en soms eerder, en wel dit eerder
steeds op verschillende afstanden van het startpunt. Men zal hierbij
ongetwijfeld de situatie krijgen dat de hond gaat omkijken of twijfelen.
Hierbij is dan maar één actie van de geleider van toepassing. Kijkt de hond om
of twijfelt hij dan dient de geleider direct m.b.v. de lijn de hond vooruit te
trekken, met als consequentie pijn voor de hond, tot aan de bal waar de hond
dan “AF” moet. De hond moet leren, eigen initiatief nemen tot remmen/omkijken
etc. geeft pijn, niet direct “AF” gaan geeft pijn, snel vooruit gaan en correct
“AF” op commando geeft driftbevrediging. Als dit door de hond is begrepen en dit
levert in de praktijk geen problemen meer op, dan gaat men over tot de volgende
fase in de opbouw.
Het
gevoel van de lijn moet nu worden afgebouwd. Het is hierbij noodzakelijk dit
zeer zorgvuldig te doen er de nodige tijd voor uit te trekken. Elke fout die de
hond nog maakt moet afgestraft kunnen worden. De eerste stap is dat men de 30
meter lijn niet meer door de handen laat glijden. De hond ondervindt dus minder
weerstand. Blijven de oefeningen goed gaan dan kan men over gaan tot het
gebruik van een 10 meter lijn i.p.v. de 30 meter lijn. Het is niet vreemd als
de hond hier eerst vreemd op zal reageren. Het is echter belangrijk dat de hond
wel de oefening naar wens blijf uitvoeren en men ingrijpt met pijn/dwang indien
de oefening niet perfect gaat.
Stil
aan moet de hond weten dat de driftbevrediging alleen nog maar uit de hand van
de geleider komt. Bal achteraan het veld zal niet meer nodig moeten zijn. Is
men overtuigd dat de 10 meter lijn niet meer nodig is, dan kan deze bij de
uitvoering er ook af. Belangrijk blijft bij het uitvoeren van deze oefening dat
men altijd enthousiast blijft bij het naar de hond toe gaan als deze “AF” ligt
na het uitvoeren van een perfecte oefening. Immers lichaamshouding is een
belangrijk communicatie signaal.
Bij
het alle eerste begin in de opbouw van deze oefening kan men het beste steeds
het zelfde terrein gebruiken. Wat later in de opbouw, als men al met de 30
meter lijn werkt, moet de factor terrein niet meer van invloed zijn op de
vorderingen met de hond.