Men kan met speuren gaan beginnen als de hond gewend is aan een leren
halsbandje en er een goede "band" bestaat tussen geleider en hond. Bij
leeftijd van 7 à 8 weken zou men dus aan kunnen vangen. Echter voor
onervaren geleiders of geleiders die moeite hebben om met een pup te
werken vind ik het geen goed idee om op deze leeftijd te beginnen. Zeker
niet met de methode zoals ik die zo dadelijk ga beschrijven waarbij het
“onbevangen corrigeren” om de hoek komt kijken. Bij het “onbevangen
corrigeren” is zeker veel gevoel van de geleider nodig! Immers, zoals al
bij de inleiding van dit hoofdstuk beschreven, is het speuren een zeer
moeilijk onderdeel voor de geleider. Voor genoemde geleiders zal ik het
advies willen geven een paar maanden langer te wachten. Vergeet niet,
alles wat op een leeftijd van 7 weken mis gaat zit er goed fout
geconditioneerd erin! Echter voor diegene die menen een hond op deze
leeftijd aan het speuren te kunnen krijgen zonder “druk” of “dwang” en
in alle rust met veel geduld, zouden dit dan zeker moeten doen. Bechtold
schrijft hierover in het boek Bechtold,”africhting”,blz 22 het
volgende. Succes is altijd afhankelijk van de vrijwillige bereidheid van
de hond en het is altijd verkeerd, om dit met dwang te willen proberen.
Spoorzekerheid en spoorvastheid zijn eigenschappen die de hond met
lange regelmatige oefening zelf ontwikkelt. De belangrijke hulp, die de
geleider hem hierbij kan geven, is voor voldoende oefenmogelijkheden te
zorgen. Het reukvermogen wordt al vroegtijdig ontwikkeld, met het
africhten op het spoor kan dus al begonnen worden als de hond nog zeer
jong is. Tot zover Bechtold.
Indien men de hond wil laten "opnemen" in plaats van het laten "verwijzen" van de voorwerpen (over opnemen of verwijzen zo dadelijk meer) en men wil geen voedsel gebruiken bij het aanleren van het speuren, dan kan men in de regel pas later met het speuren beginnen. Het "opnemen" (=apporteren) van voorwerpen op het spoor moet in dat geval van af het begin dat men aanvangt met het speuren, de hond goed worden aangeleerd. De hond moet dus eerst het apporteren op het appèltrainingsveld goed zijn aangeleerd.
De combinatie van het aanleren van speuren m.b.v. balletje/botje en het later leren verwijzen van de voorwerpen, geeft in de regel weinig problemen.